Aantekeningen bij de uitgaven voor Zuid-Afrika van Niek van de schoolmeester
 
Ten Brink - 1e deeltje 1917
Ten Brink - 2e deeltje 1917
Ten Brink - beide deeltjes 1917
Fischer - één geheel, vóór 1920
 
 
Het is een wat eigenaardige aangelegenheid, deze uitgaven voor Zuid-Afrika van Niek van den bovenmeester van W.G. van de Hulst. Zo op het eerste gezicht lijken het gewone Nederlandse uitgaven maar als je kijkt naar de bewerking van Mevrouw W. Vegter, vroeger onderwijzeres aan de Oosteindschool te Pretoria, dan valt in de eerste plaats op dat de spelling ver vooruit loopt op de toenmalige spelling hier te lande.
Al op de eerste pagina's wordt het direkt duidelijk:
  Van de Hulst:   Vegter:  
    de meester   meneer Holman
    tusschen   tussen
    zóo  
    uit den zak   uit de zak
    teekende   tekende
    de meester   de onderwijzer
    een dikken wortel   een grote appel
    'n Dikkerd hè   'n Grote hè
    de wortelknoest   de appel
    het pad tusschen de bankenrijen   het pad tussen de bankerijen
    zijn pa zag dien leuken wortelknoest   zijn vader zag die leuk afgebeten appel
    Ja pa, ze zit in de hoogste klas   Ja Vader, ze zit in Standaard zeven
Het valt dus op dat de spellingsveranderingen uit de dertiger tot de vijftiger jaren in het Nederlandse taalgebied in Zuid-Arika al in 1917 zijn doorgevoerd. Dubbele klinkers verdwijnen, eveneens ch's en debuigings-n. Daarnaast permiteert Mevrouw Vegter zich ook nogal eens wat vrijheden (of vrijpostigheden?) in de bewerking van de originele tekst van W.G. van de Hulst zoals onderstaand voorbeeld aangeeft.:
 
Van de Hulst
Vegter
   

Nog een stukje correspondentie met informatie van Henk van Dorp uit Geraardsbergen omtrent de achtergrond van de spelling in Zuid-Afrika
 
 
  Beste Andries,

Ik wil even proberen in te gaan op je opmerking dat "in Zuid-Afrika al vanaf minstens 1917 de nieuwe speling zonder buigings-n enz. is ingevoerd enz."
Omdat wij persoonlijk veel verbondenheid hebben met Zuid-Afrika (met enkele kerken daar en veel Zuid-Afrikaanse vrienden) heeft één en ander mij al wel wat vaker beziggehouden.

Dat Mevr. Vegter al in 1917 ervoor koos in haar bewerking "Niek van de schoolmeester" om 'de nieuwe spelling zonder buigings-n' toe te passen heeft volgens mij veel te maken met het feit dat wanneer ze dit wel gedaan zou hebben, dit heel raar zou overkomen en niet goed aan zou sluiten bij Afrikaans sprekende kinderen.Het Afrikaans (hoewel natuurlijk van oorsprong ontstaan uit het Nederlands) heeft een heel EIGEN ontwikkeling ondergaan vanaf z'n ontstaan in de 17e eeuw. Deze taal had en heeft nog steeds een sterke neiging tot vereenvoudiging en kent bijna geen vervoegingen of verbuigingen !!!Bovendien is de periode dat het boekje "Niek van de schoolmeester" uitkwam in Zuid-Afrika (1917) juist ook de periode dat het Afrikaans (dat al lange tijd als omgangstaal gebruikt werd) erkend werd als schriftelijke taal en langzamerhand officieel ingevoerd werd op de scholen.
Zover ik weet, is deze "Niek van de schoolmeester" ook het enige boekje van W.G. van de Hulst dat "bewerkt is vanuit het Nederlands", als het 10 à 15 jaar later zou zijn uitgekomen dan was het heel waarschijnlijk in het Afrikaans uitgekomen ! Beginjaren '30 was ook de periode dat binnen de Nederduits Geref. Kerken de overgang van de Nederlandse Bijbel naar de Afrikaanse Bijbel plaatsvond.
Hieronder een prima artikel over de ontwikkeling van het Afrikaans, ik vond het op: users.telenet.be/afrika/taal.htm

Hartelijke groet,
Henk
 

 
  Taal   (bron: users.telenet.be/afrika/taal.htm)

In Zuid Afrika worden na het begin van de jaren negentig 11 talen min of meer als officieel beschouwd. Engels en Afrikaans (sinds 1925) werden tot die tijd door de overheid beschouwd als de officiële talen en worden ook in het parlement gebruikt. De negen talen worden vaak ingedeeld in vier taalgroepen, de Venda, de Tsonga, de Nguni en de Sotho. De meest gesproken talen zijn Zoeloe (28% van de zwarte bevolking) en Xhosa (27%), de belangrijkste omgangstalen, en verder Afrikaans, Tswana (12%), Noord-Sotho (11%), Engels, Zuid-Sotho (9%) en Tsonga (4%), Ndebele (3%), Swazi (3%) en Venda (3%).
Tot de talen zonder officiële status behoren - vooral door Indiërs gesproken – Tamil (gesproken door 24% van de Aziatische bevolking), Hindi (19%), Gujerati (12%) en Urdu. Eveneens zonder officiële erkenning zijn de talen van Europese immigranten: Duits, Nederlands, Portugees, Italiaans en Grieks.
Het "Fanagalo" is een mengtaal die in loop der tijden is ontstaan en een mengtaal is van Afrikaanse Engels en Bantoetalen.

Het Afrikaans is een van de twee officiële talen van de Republiek van Zuid Afrika, en de moedertaal van ongeveer 4 miljoen Zuid Afrikanen, en verder nog wat bevolkingsgroepen in Namibië en in het oosten van Zimbabwe. De taal behoort tot de West-Germaanse taalgroep en vertoont in aard en karakter grote overeenkomst met de Germaanse talen. Maar natuurlijk in de eerste plaats met het Nederlands, waaruit de taal sinds het midden van de 17de eeuw is ontstaan. Ook Engelse en Duitse invloeden zijn duidelijk herkenbaar. De meeste woorden stammen van het Nederlands en zijn als zodanig voor Nederlanders goed herkenbaar, maar er zijn in de loop der eeuwen ook vele nieuwe woorden gevormd die in de Nederlandse taal onbekend zijn.
Deze woorden komen in chronologische volgorde van het Khoisan, de taal van de Hottentotten, het Maleis en het Portugees, en later uit de Bantoetalen en ten slotte uit het Engels. Het Engels heeft verreweg de sterkste invloed op de woordenschat gehad en heeft dat nog steeds.
In de 18de eeuw was de ontwikkeling naar het Afrikaans als omgangstaal voltooid, en bleef het "Hoog-Hollands" over als schrijftaal. Het eerste geschrift waarin bewust het Afrikaans werd gehanteerd, was het Lied ter ere van de Swellendamsche en diverse andere helden, enz. uit 1795.
De Britse bezetting van de Kaap resulteerde in het verdringen van het Hollands-Afrikaans door het Engels en in 1822 werd het Engels tot eerste taal verheven en korte tijd later werd het de enige officiële taal. Toch zou het Afrikaans als omgangstaal springlevend blijven, met name op het platteland. Het zou echter duren tot de oprichting van het Genootskap van Regte Afrikaners voor een welbewust streven begon, om te komen tot de erkenning van het Afrikaans als volks- en landstaal en deze uit te bouwen tot een volwaardige eigen voertaal. Dit streven werd ten slotte bekroond: van 1914 tot 1918 werd het Afrikaans bij het lager en middelbaar onderwijs in toenemende mate onderwijsmedium.
Vanaf 1918 werd het Afrikaans als studievak geïntroduceerd aan de universiteiten én werd het de taal waarin gedoceerd werd, en in 1925 werd de Afrikaanse taal naast het Engels de officiële landstaal. Op 29 mei 1933 werd in Kaapstad de eerste zending van de in Londen gedrukte bijbel in het Afrikaans aan wal gebracht. Dit was een belangrijk moment in de geschiedenis van deze taal en de bekroning van de Tweede Afrikaanse Beweging.

Voorbeelden van deze taalbeïnvloeding:
Uit het Khoisan stammen:
Kwagga = zebra
Gogga = insect
Dagga = verdovend middel
Abba = op de rug dragen
Kierie = stok
Karos = deken van dierenvellen

Uit het Bantoe stammen:
Indoena = raadsman
Mamba = slang
Sjieba = toespijs
Kaia = hut
Maroela = boom met gele vruchten
Donga = diepe sloot
Indaba = beraad

Uit het Maleis stammen:
Blatjang = kruidensaus
Katjiepiering = struik
Baie = veel
Bobotie = vleesgerecht
Doepa = tovermiddel

Uit het Portugees stammen:
Almaskie = hoewel
Spens = provisiekamer
Tronk = gevangenis
Aia = aanspreekvorm

Uit het Engels stammen:
Bokkie = lichte, open auto
Bottel = fles
Trok = goederenwagon
Tonnel = tunnel
Platform = perron
Sokker = voetbal
Enjin = machine
Petrol = benzine
Brekfris = ontbijt
Lorrie = vrachtwagen
Krieket = cricket
Opwas = afwassen
Briek = remmen

De oorsprong van het Afrikaans ligt in de dialect- en volkstaal van de eerste kolonisten. Zij kwamen uit diverse streken, maar vnl. uit Zuid Holland, Zeeland en het westen van Utrecht. De contacten met het moederland verwaterden al snel en de dialecten vermengden zich met de gebruikelijke gevolgen: de taal nivelleerde en men koos willekeurig uit de verschillen in uitspraak, woordgebruik en zinsbouw, en ontwikkelde een sterke neiging tot vereenvoudiging. Zo verdwenen vervoeging en verbuiging grotendeels. Het werkwoord wees, in het Nederlands "zijn" wordt bijvoorbeeld als volgt vervoegd:
ek is = jy is
hy is = ons is
julle is = hulle is.
Zeer opvallend binnen het Afrikaans is ook de dubbele ontkenning:
ek het dit nie gedoen nie
Het nagenoeg ontbreken van de onvoltooid verleden tijd:
ek het vir my vrou gesê = ik heb het mijn vrouw gezegd
De verkleinwoorduitgang tjie:
bietjie, meisietjie, seuntjie.
Nieuwe woorden ontstonden voor specifiek Afrikaanse zaken, dieren en planten en woorden die betrekking hadden op specifiek Nederlandse zaken verdwenen of werden overgedragen op vergelijkbare verschijnselen in het nieuwe land. Ook uit bestaande Nederlandse woorden werden nieuwe Afrikaanse woorden gevormd. Voorbeelden van deze ontwikkelingen zijn:
verkleurmannetjie of trapsoetjies = kameleon
kameelperd = giraffe
wildebees = grote bok
wildeperd = zebra
seekoei = nijlpaard
duiker = wilde bok
vlakvark = wrattenzwijn
bobbejaan = baviaan
kremetartboom = baobab
doringboom; suikerbos = soort protea
stinkhout = harde houtsoort
aalwyn = aloë
penswinkeltjie = op de buik gedragen lade met koopwaar
deurpad = voorrangsweg
wegneemetes = afhaalmaaltijd
peuselhappie = snack
voetslaan-paaie = wandelroutes
broeikas = couveuse
bedorwe brokkie = verwend kind

 
Titelpagina Niek van de schoolmeester 2e deeltje 1917