Biografische impressies |
![]() 'Zoekend naar het licht' is het kunstenaarsthema van Willem G. van de Hulst die vandaag (als ik dit schrijf op 1e Pinksterdag 4 juni 2006) zijn 89e verjaardag viert. Deze gesigneerde titelpagina is uit de fraaie catalogus bij de grote overzichtstentoonstelling in Museum Van Lien in Fijnaart in het najaar van 2005. Als illustrator belicht en verlicht Willem G. van de Hulst de beschreven beelden van schrijvers en als vrij kunstenaar zoekt hij naar het licht in eigen figuratieve vormgeving. Aad Nuis, oud-Staatssecretaris van Onderwijs, Culuur & Wetenschappen schrijft in het voorwoord van het boek: "En wie met een zo volledige inzet schildert als hij, krijgt soms iets aangereikt dat boven alle talent en vakmanschap uitgaat. Het licht gaat dan leven, en waar licht is, is hoop." |
Willem G. van de Hulst ziet het levenslicht op 4 juni 1917 als oudste zoon uit het tweede huwelijk van W.G. van de Hulst met Jeanette Maan. Met de twee zusjes uit het eerste huwelijk en twee jongere broertjes en een jonger zusje groeit hij op in het hoge 'bovenmeesterhuis' aan de Jutphaseweg naast de school waar zijn vader zich zijn leven lang voor heeft ingezet. |
![]() Utrecht, Jutphaseweg 137 2 maart 1994 |
Dertig jaar illustreren, schilderen en
schrijven. Na de 'Soete Suikerbol' volgden de uitgaven van de Jeugdcommisie van het Nederlands Bijbelgenootschap beginnend in 1933 met 'Een muis in dit huis' en nadien nog ca. 15 boekjes tot 1958. Omdat vader Van de Hulst van mening was dat mooie en goede illustraties in kinderboeken onontbeerlijk waren ("De prenten moeten vertellen") werden zijn boekjes door gerenommeerde tekenaars als Isings, Bottema en Schröder geïllustreerd. Vanaf de dertiger jaren nam zoon Willem langzamerhand deze taak over en zo ontstond een hecht samenwerkingsverband tussen schrijver en illustrator. Nagenoeg alle uitgaven werden in de 40-er en 50-er jaren door zoon Willem geillustreerd en vernieuwd. Zelf debuteerde Willem G. van de Hulst in 1946 met illustraties én tekst van 'Tippeltje' dat als deel 1 in de 13-delige Cirkel-serie bij Callenbach direct in een oplage van maar liefst 16.000 exemplaren werd gedrukt. Er zouden nog ruim 30 boeken volgen in de jaren daarna, waaronder gelegenheidsboekjes als 'Waarom de tram stil stond' en ' Feest in Houten', autobiografische verhalenbundels (Een natte hond; Wachten op de kraakwagen) en zelfs (onder pseudoniem) een goede jeugdzonde 'Kijken naar de maan'.
Dat typeert eigenlijk heel fraai de naar binnen gekeerde vrije kunstenaar Willem Van de Hulst. Zijn schilderijen in de beschutting van het atelier. En alleen de knappe illustrator treedt tot nu toe steeds voor het voetlicht. Maar als in 1963 vader W.G. van de Hulst overlijdt worden de bakens verzet. Het monumentale vrije werk krijgt licht, lucht en vrije ruimte. Kleinere en grotere projecten worden aangezet, het beeldhouwwerk komt op gang. En na een tiental jaren begint langzamerhand het exposeren. Eerst in het eigen atelier aan de Lekdijk in Wijk bij Duurstede in 1975. Loenen volgt, Frankrijk (Menton en Roque-Brüne), de VS (City Art Gallery, Oakland) en dan een grote tentoonstelling in 1988 in het Singer Museum te Laren. En sindsdien in een gestage stroom op allerlei lokaties. In de begeleidende tekst van de laatste overzichtstentoonstelling in Museum Van Lien in Fijnaart (september-oktober 2005) wordt trefzeker de werkwijze van Willem G. van de Hulst verwoord: " Willem van de Hulst maakt zijn werk in de afzondering van zijn atelier. Schilderen is voor hem op de eerste plaats "bezig zijn met zichzelf". Het is zijn eigen geschiedenis, die hij op een doek zet of driedimensionaal vorm geeft. Een kunstwerk is voor hem nooit af, zoals ook het leven nooit af is. Zijn schilderijen en beelden ontstaan zonder vooropgezet plan. Ze groeien als het ware. Nieuwsgierig volgt hij wat er met de verf op het doek of met de was in zijn handen gebeurt. Als het werk bijna klaar lijkt te zijn, begint hij details te veranderen. Soms brengt hij grote wijzigingen aan, die dan resulteren in een geheel nieuw kunstwerk. Zo liggen onder de voorstellingen die de kijker te zien krijgt vaak verdwenen impressies, zoals de ene gedachte ingeruild kan worden voor een andere. "Aan dit veranderen ligt natuurlijk ook dikwijls twijfel ten grondslag," geeft hij openhartig toe. "De techniek, het vak, beheers ik wel, maar telkens vraag ik mij af: is het ook Kunst met een 'grote K'; overstijg ik wel het illustratieve, het "kunstje"? Een van de grootste en meest indrukwekkende werken van Van de Hulst is wel het in 1984 gereed gekomen Metro-project. Een achtluik, waarvan het hoofdpaneel 300 x 170 cm groot is. Tesamen met drie bronzen sculpturen creëerde Van de Hulst hiermee een adembenemend stilleven van licht en donker: de zin en uitzichtsloosheid van het bestaan. Een imaginaire, ondergrondse stad, waarin de mens in een isolement lijkt te leven. Maar aan het einde is weer het licht."
En dan is er nog de door regisseur Robin Lutz gemaakte NCRV-televisiedocumentaire 'Op zoek naar het licht'' uitgezonden op tweede Pinksterdag 19 mei 1997. Uiteraard met de nodige interviews en krantenartikelen daarbij.
|