Biografische impressies




'Zoekend naar het licht' is het kunstenaarsthema van Willem G. van de Hulst die vandaag (als ik dit schrijf op 1e Pinksterdag 4 juni 2006) zijn 89e verjaardag viert. Deze gesigneerde titelpagina is uit de fraaie catalogus bij de grote overzichtstentoonstelling in Museum Van Lien in Fijnaart in het najaar van 2005. Als illustrator belicht en verlicht Willem G. van de Hulst de beschreven beelden van schrijvers en als vrij kunstenaar zoekt hij naar het licht in eigen figuratieve vormgeving. Aad Nuis, oud-Staatssecretaris van Onderwijs, Culuur & Wetenschappen schrijft in het voorwoord van het boek: "En wie met een zo volledige inzet schildert als hij, krijgt soms iets aangereikt dat boven alle talent en vakmanschap uitgaat. Het licht gaat dan leven, en waar licht is, is hoop."



Willem G. van de Hulst ziet het levenslicht op 4 juni 1917 als oudste zoon uit het tweede huwelijk van W.G. van de Hulst met Jeanette Maan. Met de twee zusjes uit het eerste huwelijk en twee jongere broertjes en een jonger zusje groeit hij op in het hoge 'bovenmeesterhuis' aan de Jutphaseweg naast de school waar zijn vader zich zijn leven lang voor heeft ingezet.
Vanzelfsprekend gaat Willem naar deze school. In zijn autobiografische verhalen--boek 'Wachten op de kraakwagen' beschrijft hij hoe hij in de 2e of 3e klas een ouderwets verhaaltje las over een schreiend knaapje dat verdriet had omdat zijn broertjes en zusjes vakantie hadden en hij niet want 'hij zat nog niet op school'. Willem G. van de Hulst: "En dat knaapje van toen ben ik later zelf geworden en ik ben het nog. Nog steeeds krijgen broers en zusters en velen met hen hun vastgestelde vakantie. Ik niet!. Ik heb nooit een vaste baan gehad. Ik heb altijd free-lance willen werken. Of liever, ik ben altijd free-lance bezig geweest, aktief geweest"
En dat bezig zijn werd tekenen, schilderen, schrijven en later beeldhouwen. Al op de middelbare school is zijn tekentalent zichtbaar. Op zijn 14e verjaardag in 1931 krijgt Willem van zijn vader een verfdoos. Hiermee is zijn bestemming definitief bepaald. In 'Wachten op de kraakwagen' wordt het ontstaan van Inde Soete Suikerbol uit de doeken gedaan. Dagblad De Standaard wilde in de dertiger jaren niet achterblijven met een dagelijks stripverhaal. Het 15-jarig zoontje van Van de Hulst kon zo aardig tekenen.... Maar een oersaai dominees-verhaal werd een regelrechte kwelling. Toen redde pa hem met "Oe-woef.... Eet jij alles op? Geef mij ook wat. Het ruikt zo lekker!...Oe-woef. Inde Soete Suikerbol was geboren.... En er zouden tot de beginjaren '60 meer dan 11000 tekeningen ontstaan en honderden boekomslagen.
Na de middelbare school in Utrecht volgt Willem van 1934 tot 1939 de schildersopleiding aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten te Amsterdam (met als bijvakken Architectuur en Beeldhouwkunst). En in Parijs studeerde hij nog een periode aan de Académie de la Grande Chaumière in Parijs. Het korte verhaal 'Artiste Peintre' uit 'Wachten op de kraakwagen' illustreert autobiografisch weer Van de Hulst's kunstenaarsuitgangspunt: "Als je echt eerlijk schildert hoef je niet te zoeken, dan komt het vanzelf". De basis van een gedegen vakmanschap is gelegd.


Utrecht, Jutphaseweg 137
2 maart 1994

Dertig jaar illustreren, schilderen en schrijven. Na de 'Soete Suikerbol' volgden de uitgaven van de Jeugdcommisie van het Nederlands Bijbelgenootschap beginnend in 1933 met 'Een muis in dit huis' en nadien nog ca. 15 boekjes tot 1958. Omdat vader Van de Hulst van mening was dat mooie en goede illustraties in kinderboeken onontbeerlijk waren ("De prenten moeten vertellen") werden zijn boekjes door gerenommeerde tekenaars als Isings, Bottema en Schröder geïllustreerd. Vanaf de dertiger jaren nam zoon Willem langzamerhand deze taak over en zo ontstond een hecht samenwerkingsverband tussen schrijver en illustrator. Nagenoeg alle uitgaven werden in de 40-er en 50-er jaren door zoon Willem geillustreerd en vernieuwd. Zelf debuteerde Willem G. van de Hulst in 1946 met illustraties én tekst van 'Tippeltje' dat als deel 1 in de 13-delige Cirkel-serie bij Callenbach direct in een oplage van maar liefst 16.000 exemplaren werd gedrukt. Er zouden nog ruim 30 boeken volgen in de jaren daarna, waaronder gelegenheidsboekjes als 'Waarom de tram stil stond' en ' Feest in Houten', autobiografische verhalenbundels (Een natte hond; Wachten op de kraakwagen) en zelfs (onder pseudoniem) een goede jeugdzonde 'Kijken naar de maan'.

Deze biografie wil allesbehalve een keurig chronologisch levensoverzicht geven. De gedetaillerde overzichten van alle boekentitels en boekenillustraties zeggen genoeg over de werklust van de kunstenaar die tot op de dag van vandaag nog aktief werkzaam is.

In 1959 stond in 'De Spiegel' (24 oktober - nr 4) ter ere van het gouden schrijversjubileum van Van de Hulst sr. een uitvoerig artikel van Piet Terlouw met foto's van de families Van de Hulst.
" De oudste zoon van de schrijver W.G. van de Hulst is de kunstschilder en illustrator W.G. van de Hulst Jr. (42). Met zijn vrouw Diet en kinderen Rozemarijntje (7), Carolientje (4) en Wim (bijna 2) woont hij in Nieuwersluis (aan de Utrechtse Vecht). Op de linker foto zien we de schilder bezig aan een portret van zijn vader, wiens boekjes hij al jaren illustreert. Deze samenwerking begon al met de 'Soete Suikerbol', terwijl het nieuwste werk van vader en zoon het prachtige 'Gouden voorleesboek' is".



Op de grote foto uit 1959 vlnr Carolien van de Hulst, nadien studente aan de Kunstacademie in Arnhem en veel te vroeg gestorven (zie het verhaal 'Waar is Carolien?' in Maat - Getal - Gewicht), Willem G. van de Hulst, Rose Marijne van de Hulst (zij is o.a. freelance-journaliste, redigeert de nieuwe uitgaven van de boeken en is spreekbuis van de Maatschap Erven van de Hulst), echtgenote Diet van de Hulst (o.a. bekend van haar rol in de film van Jos Stelling: Marieken van Nieumeghen) en de jongste telg Wim van de Hulst (fotograaf en bekend van o.a.fototentoonstellingen en het boek Ooggetuigen van de Eerste Wereldoorlog)


De op de foto uit 1959 zevenjarige Rose Marijne van de Hulst geeft in 1993 een interview in de Libelle (nr 33, 13-20 augustus) ter gelegenheid van de tentoonstelling van W.G. van de hulst sr. in het Letterkundig Museum in Den Haag. Ze vertelt dat ze eigenlijk Rozemarijntje zou worden genoemd naar het gelijknamige boek van Opa. Maar die naam stond niet in het boek met reguliere namen van de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Het mocht dus niet en toen werd het Rose Marijne.
Rose Marijne logeerde eens drie maanden bij Opa en Oma aan de Rijnlaan in Utrecht toen haar ouders Willem en Diet van de Hulst een lange reis per schip naar Canada maakten. Rose Marijne werd door de trotse Opa naar de W.G.van de Hulst-school aan de Jutphaseweg gebracht. Twee keer en toen mocht ze zelf! Hoewel op de derde dag Opa tegen de afspraken in toch maar een oogje in het zeil hield....
Rose Marijne vertelt over het buiten-wonen in Nieuwersluis "...temidden van de koeien, in een wereld van kikkervisjes en salamanders, van zuring en rietsigaren. Weinig kinderen in de buurt, veel op jezelf aangewezen. (--) Mijn vader illustreerde grootvaders boeken, dat was knap van de man, maar de schilderijen die hij ook maakte, waren toch vooral handig om hutten van te bouwen...".


Rose Marijne van de Hulst
Foto's uit de Libelle 1959


Dat typeert eigenlijk heel fraai de naar binnen gekeerde vrije kunstenaar Willem Van de Hulst. Zijn schilderijen in de beschutting van het atelier. En alleen de knappe illustrator treedt tot nu toe steeds voor het voetlicht. Maar als in 1963 vader W.G. van de Hulst overlijdt worden de bakens verzet. Het monumentale vrije werk krijgt licht, lucht en vrije ruimte. Kleinere en grotere projecten worden aangezet, het beeldhouwwerk komt op gang. En na een tiental jaren begint langzamerhand het exposeren. Eerst in het eigen atelier aan de Lekdijk in Wijk bij Duurstede in 1975. Loenen volgt, Frankrijk (Menton en Roque-Brüne), de VS (City Art Gallery, Oakland) en dan een grote tentoonstelling in 1988 in het Singer Museum te Laren. En sindsdien in een gestage stroom op allerlei lokaties.
In de begeleidende tekst van de laatste overzichtstentoonstelling in Museum Van Lien in Fijnaart (september-oktober 2005) wordt trefzeker de werkwijze van Willem G. van de Hulst verwoord: " Willem van de Hulst maakt zijn werk in de afzondering van zijn atelier. Schilderen is voor hem op de eerste plaats "bezig zijn met zichzelf". Het is zijn eigen geschiedenis, die hij op een doek zet of driedimensionaal vorm geeft. Een kunstwerk is voor hem nooit af, zoals ook het leven nooit af is. Zijn schilderijen en beelden ontstaan zonder vooropgezet plan. Ze groeien als het ware. Nieuwsgierig volgt hij wat er met de verf op het doek of met de was in zijn handen gebeurt. Als het werk bijna klaar lijkt te zijn, begint hij details te veranderen. Soms brengt hij grote wijzigingen aan, die dan resulteren in een geheel nieuw kunstwerk. Zo liggen onder de voorstellingen die de kijker te zien krijgt vaak verdwenen impressies, zoals de ene gedachte ingeruild kan worden voor een andere. "Aan dit veranderen ligt natuurlijk ook dikwijls twijfel ten grondslag," geeft hij openhartig toe. "De techniek, het vak, beheers ik wel, maar telkens vraag ik mij af: is het ook Kunst met een 'grote K'; overstijg ik wel het illustratieve, het "kunstje"?
Een van de grootste en meest indrukwekkende werken van Van de Hulst is wel het in 1984 gereed gekomen Metro-project. Een achtluik, waarvan het hoofdpaneel 300 x 170 cm groot is. Tesamen met drie bronzen sculpturen creëerde Van de Hulst hiermee een adembenemend stilleven van licht en donker: de zin en uitzichtsloosheid van het bestaan. Een imaginaire, ondergrondse stad, waarin de mens in een isolement lijkt te leven. Maar aan het einde is weer het licht."
Natuurlijk blijft de illustrator ook levendig actief. Bij een rondreizende tentoonstelling over het leven en werk van W.G. van de Hulst sr. is Willem G. van de Hulst steevast van de partij om - vaak met veel humor - over de bijzondere samenwerking met z'n vader te vertellen. En veelal is er een combinatie van illustraties en vrij werk te zien. Ook bij de Ouwe Bram-dagen in Veenendaal waren Willem en Diet van de Hulst regelmatig aanwezig. En niet alléén maar om boeken te signeren....



Het redigeren van nieuwe edities bij Uitgeverij Callenbach laat Willem G. van de Hulst aan Rose Marijne over en zoon Wim is fotograaf van professie en heeft onder andere het vele fotowerk voor het boek bij de overzichtstentoonstelling in Fijnaart verzorgd.



Fotograaf Wim van de Hulst
Fijnaart september 2005

En dan is er nog de door regisseur Robin Lutz gemaakte NCRV-televisiedocumentaire 'Op zoek naar het licht'' uitgezonden op tweede Pinksterdag 19 mei 1997. Uiteraard met de nodige interviews en krantenartikelen daarbij.
En niet te vergeten de onderscheiding in april 1996 in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor het werk als schrijver, illustrator en beeldend kunstenaar.

Bovenstaande impressies zijn natuurlijk zeer summier voor zo'n lang kunstenaarsleven. Mogelijk kan later nog het één en ander worden toegevoegd, hoewel het zo veel mogelijk weglaten om het essentiële tot zijn recht te laten komen ook een kunst is.

2e Pinksterdag 2006
Andries Hibma




Biografische motieven Den Hertog Houten